Een sprookje, geschreven bij het afscheid van de kleuterschool.
Juf Pauline fietst hijgend door de straat. De wind trekt aan haar bruine paardenstaart. Waarom moest ze nou zo nodig fietsen? Door al die tegenwind komt ze nog te laat. Het is nog wel de laatste dag van het schooljaar!
Bij het rode stoplicht staat een mannetje. Zijn gezicht is rimpelig als een rozijn. De plukjes grijs haar op zijn voorhoofd staan rechtop in de wind. ‘Wat een weer.’ Zijn stem kraakt. ‘Storm uit het westen. Die brengt vaak onverwachte dingen mee uit het Woeste Woud.’
Pauline drukt nog een keer op het knopje.
‘Onverwachte dingen…’ Het mannetje staart naar de lucht. ‘Klagende kregels, sidderend zand en natuurlijk de warrige wirwar.’
Het licht springt op groen. Pauline zwaait naar de man en racet verder. Tegen de tijd dat ze op school aankomt is ze hem alweer vergeten. Juf Hanneke staat bij de deur van hun lokaal, haar haren in een verwaaide knot op haar hoofd. Ze kijken elkaar lachend aan.
‘Showtime!’ Hanneke rommelt in een tas. Als ze overeind komt is ze veranderd in een clown, met een rode neus, een grote gele bril en paarse haren die alle kanten uitstaan. ‘We maken een feestje van deze laatste dag!’
Wat een wind!
De ochtend vliegt voorbij. De juffen spelen grappige spelletjes met de kinderen, knutselen en zingen. Het is pauze en juf Pauline opent de glazen deur naar het schoolplein. De wind blaast de deur bijna uit haar handen.
‘Juf, kijk!’ Een paar kinderen gillen en iets bruins rolt naar binnen. Het is niet groter dan een voetbal en lijkt op een hoopje takken van een braamstruik. Even ligt het vreemde bolletje stil. Dan begint het door het klaslokaal te stuiteren. Pauline slaakt een kreet van schrik. De kinderen vliegen uit elkaar. BOING stuitert het bolletje tegen het digibord, BOING tegen de ruit. BOING tegen de kapla-toren in de hoek. Alle blokjes vallen kletterend op de grond.
‘Wat is dat?’ Juf Hanneke springt op haar stoel.
Ondertussen boingt het bolletje de boekjes uit de kast en stuitert over de net geschilderde vakantietekeningen. Het maakt een spoor van blauwe, rode en gele verf op de vloer.
‘Vang hem, snel!,’ roept Pauline. Alle kinderen rennen achter het bolletje aan. Ze hebben hem bijna. Dan stuitert hij naar links. De kinderen rollen over elkaar heen.
‘Mag ik jullie jassen lenen?’ Vlug knoopt Juf Hanneke alle jassen met de mouwen aan elkaar. ‘Ik maak een net!’ Samen met de kinderen gooit ze het net. Mis. Het balletje gooit een pot kwasten omver. Water druipt van de tafels.
‘Wat is hier aan de hand?’ Juf Cora staat in de deuropening. Overal in de klas liggen lachende kinderen op de grond, tussen de spatten verf, berg met jassen en omgevallen spullen. In het midden staan de twee juffen met rode gezichten.
Cora fronst. ‘Dit lokaal is net schoongemaakt.’
‘Dat ligt niet aan ons!’ Hanneke veegt het zweet van haar voorhoofd. ‘Het is… het is…’
Het gekke bolletje stuitert in de verkleedhoek onder de prinsessenjurken door. Pauline kijkt er met gefronste wenkbrauwen naar. ‘Het is een warrige wirwar.’
Zingen en vertellen
‘Wat?’ Juf Cora trekt haar telefoon tevoorschijn en tikt iets in. Na een tijdje wijst ze naar haar scherm. ‘Je hebt gelijk, het staat zelfs op Wikipedia.’
Pauline en Hanneke kijken naar het scherm.
ZELDZAAM: WARRIGE WIRWAR.
Een ontspoorde warrige wirwar moet zo snel mogelijk worden gekalmeerd. Breng deze daarna naar zijn natuurlijk leefomgeving, het Woeste Woud.
‘We moeten de wirwar rustig maken.’ Hanneke staat op en wijst met haar vinger naar het bolletje dat boven de hoofden van de kinderen van muur naar muur stuitert. ‘Kalm.’ Haar stem klinkt streng. ‘Nu meteen!’
Het bolletje begint te sidderen en spat uit elkaar. Nu stuiteren er twee bolletjes door de klas.
‘O nee, ik heb het erger gemaakt.’ Juf Hanneke wrijft over haar gezicht
‘Vertel een verhaal!’ Een jongen springt op en neer. ‘Daar word ik altijd rustig van.
‘Ja!’ De andere kinderen knikken. ‘Of zing een lied!’
De twee juffen kijken elkaar aan. Juf Hanneke pakt een mooi boek. Ze leest voor en gebruikt allemaal grappige stemmetjes. Juf Pauline speelt prachtige liedjes met haar gitaar. De kinderen komen in de kring zitten. Ze luisteren en zingen uit volle borst mee. ‘Aan het begin van een nieuwe dag, zingen wij dit lied!’
De twee bolletjes stuiteren steeds rustiger. Uiteindelijk laten ze zich midden in de kring naar beneden vallen, boven op elkaar. Ze zijn weer één wirwar geworden. De takjes trillen nog een beetje, verder ligt het stil. Voorzichtig pakt Hanneke de wirwar op. Ze legt hem in een lege prullenbak. ‘Het is gelukt!’ Haar stem is zacht.
‘Wat nu?’ Pauline blijft gitaarspelen, terwijl ze Hanneke vragend aankijkt. ‘Hij moet naar het Woeste Woud.’
‘Waar is dat?’
Pauline haalt haar schouders op. Eén van de kinderen trekt aan haar arm. ‘Wat is er Sjaak?’
Sjaak kijkt haar met grote ogen aan. ‘Mijn opa weet het. Hij kan de wirwar brengen, want hij heeft een trein.’
Hanneke schudt haar hoofd. ‘Je maakt een grap.’
‘Het is echt waar. Mag ik mijn opa bellen?’
Naar het Woeste Woud
Wat een gek geluid klinkt er op het plein. Het kraakt en piept. Tussendoor klinkt een hoge fluit. TJUUUTJUUUT!
Alle kinderen hollen naar buiten.
Een kleine elektrische trein rolt het schoolplein op. Voorop, in de locomotief zit de opa van Sjaak. Hij past er net in.
‘Hallo allemaal!’ De opa van Sjaak lacht. ‘Wie gaat er mee naar het Woeste Woud?’
‘Ik, ik!’ gillen alle kinderen. Ze springen in de geel met blauwe wagons die aan de locomotief vastzitten.
‘Blijkbaar gaan we allemaal mee.’ Pauline gaat met gitaar in het laatste wagentje zitten.
Hanneke wurmt zich naast haar en klemt de prullenbak tussen haar knieën. ‘Blijf tokkelen Pauline!’
De wirwar wiebelt heen en weer, maar blijft gelukkig waar hij is.
De opa van Sjaak drukt op een knop en de locomotief begint piepend en krakend te rijden. TJUUUTJUUUT!
De deuren en ramen van de Julianaschool zwaaien open. Meesters, juffen en kinderen gluren naar buiten. Hun monden vallen open als ze de trein zien.
‘Dag allemaal!’ De kinderen in de trein zwaaien terwijl ze het plein afrijden.
De trein rammelt door de straten. De kinderen zingen ‘Aan het begin van een nieuwe dag’ en ‘Weet je dat de Vader je kent.’ Af en toe klinkt de hoge fluit.
Op een parkeerplaats, omringd door hoge bomen, staan ze stil.
‘Dit is toch De Elzen?’ Pauline wijst naar het naambordje.
‘Vroeger was dit onderdeel van het Woeste Woud.’ De opa van Sjaak springt uit de locomotief. ‘Allemaal uitstappen!’
In een lange rij lopen ze het bos in. De wind laat de bladeren ruisen.
‘Kijk juf!’ De kinderen wijzen naar een open plek tussen de bomen. Ze gaan in een kring op het dikke, groene mos zitten.
‘Goed, daar gaan we.’ Zachtjes pakt Hanneke de warrige wirwar uit de prullenbak en legt hem op het mos. Het bolletje rolt een paar keer heen en weer. De takjes trillen niet meer. Daarna springt de wirwar omhoog en stuitert nog één keer op het hoofd van elk kind in de kring. Alle kinderen rollen lachend door het mos. Als laatst stuitert de wirwar op de hoofden van de twee juffen en verdwijnt tussen de struiken.
Met grote ogen kijkt Pauline naar Hanneke. ‘Hoorde jij hem ook “Dank je wel” zeggen?’
‘Joehoe, zijn hier de kinderen van de Kikkerklas?’ Een stem klinkt tussen de bomen. Allemaal mensen stappen de open plek op.
‘Papa, mama!’ roepen de kinderen. Ze rennen naar hun ouders toe.
‘Juf Cora zei dat jullie hier waren.’ Eén van de moeders loopt naar de juffen. ‘Wat een prachtige plek voor de picknick!’
‘Picknick?’
‘We hebben allemaal wat meegenomen.’ De vrouw spreidt een rood geblokt kleed uit over het mos. ‘Verrassing!’
Nu leggen alle ouders kleedjes neer. Ze halen kannen drinken, koekjes, worstenbroodjes, blokjes kaas en nog veel meer lekkers tevoorschijn.
‘Jippie!’ Alle kinderen juichen. ‘Lang leve juf Pauline en juf Hanneke!’
Terwijl de juffen samen met hun klas en de ouders smullen van het lekkers, stuitert de wirwar weg. Als je goed luistert hoor je hoe hij zacht neuriet, met een heel hoog stemmetje. ‘Aan het begin van een nieuwe dag…’

